ABS is beter bestand tegen warmte en schokken dan PLA en kan met aceton worden gladgestreken of gelijmd. Tijdens het afkoelen krimpt het merkbaar. Daarom is een verwarmd bed van ongeveer 100 °C en een tochtvrije behuizing nodig.
Printinstellingen
De nozzle werkt bij 240 tot 260 °C en het bed bij 90 tot 110 °C. De onderdeelventilator blijft grotendeels uitgeschakeld. Zonder gesloten behuizing trekken hoeken omhoog zodra onderdelen hoger worden. Een brede rand rond het onderdeel en een tochtvrije plaats verschuiven die grens enigszins.
Waar ABS tot zijn recht komt
ABS blijft vormvast waar PLA allang zacht wordt, bijvoorbeeld in het interieur van een auto in de zomer. Het is taaier dan PLA en breekt niet plotseling, maar vervormt eerst. Boren en tappen gaan netjes, net als schuren.
Nabewerking
Acetondamp sluit laaglijnen en zorgt voor een glanzend oppervlak. Aceton lost ABS ook gedeeltelijk op, waardoor onderdelen materiaalverbonden kunnen worden. Lakken lukt na licht opschuren.
Verschillen
ASA gedraagt zich tijdens het printen vergelijkbaar, maar is veel beter bestand tegen uv-licht en is buitenshuis de stabielere keuze. PETG is eenvoudiger te printen en verdraagt vocht beter, maar haalt niet de warmtevervormingsbestendigheid van ABS.
Geur
Tijdens het printen komen dampen vrij met een duidelijke geur. Een apparaat met filter of een ruimte met afzuiging is daarom nodig.
Fabrikanten
BASF en 3DXTech bieden technische blends met gespecificeerde eigenschappen, deels vezelversterkt. Sunlu en eSUN leveren de standaardkleuren, net als Creality.