Filamentdrogers, droogboxen en spoelhouders voor de tijd tussen twee prints. Nylon en PC nemen het snelst water uit de lucht op, PET-G en PLA langzamer. Dit wordt zichtbaar als geknetter in het mondstuk en als een ruw, blazig oppervlak. Bij de aankoop zijn de maximale temperatuur en de spoelcapaciteit doorslaggevend.
Drogen is iets anders dan droog houden
Een verwarmde droger onttrekt al opgenomen water aan het filament. Een box met silicagel houdt droog materiaal droog, maar maakt vochtig materiaal niet opnieuw droog. Bij een volledig doordrenkte nylonspoel helpt alleen warmte gedurende meerdere uren.
De maximale temperatuur bepaalt wat je kunt drogen
PLA verdraagt tijdens het drogen slechts ongeveer 45 tot 50 °C; daarboven kleeft de winding aan elkaar. PET-G zit rond 65 °C, ABS en ASA rond 70 tot 80 °C, en nylon en PC bij 80 °C en hoger. Een apparaat waarvan het regelbereik bij 50 °C eindigt, droogt nylon praktisch niet.
Tijdens het printen toevoeren
Drogers met een PTFE-doorvoer maken het mogelijk het filament rechtstreeks vanuit de gesloten kamer naar de extruder te voeren. Zonder zo’n doorvoer staat de spoel tijdens een lange print open en neemt deze opnieuw vocht op, terwijl de gedroogde resterende hoeveelheid in de droger ligt.
Rekken en houders
Stapelsystemen met gelagerde rollen verminderen de afrolweerstand. Dit is geen kwestie van comfort: een stroef draaiende spoelhouder trekt aan de extruder en veroorzaakt onderextrusie, die aanvoelt als een probleem met het mondstuk.