Slijtageonderdelen voor Raise3D-machines: nozzles van verschillende materialen, plus hotends, heatbreaks en een extruderombouw. Het nozzle-type is machinegebonden; daarna bepaal je de doorlaat en het materiaal.
Doorlaat kiezen
0,2 mm voor fijne details en dunne wanden, met een navenant langere printtijd. 0,4 mm als uitgangspunt voor de meeste onderdelen. 0,6 en 0,8 mm leggen dikkere banen neer, verkorten grote prints aanzienlijk en maken de lagen zichtbaarder.
Nozzlemateriaal
Messing geleidt warmte goed en volstaat voor PLA en PETG. Vernikkeld koper houdt de temperatuur aan de punt bij een hoge doorvoer stabieler en voorkomt dat gesmolten materiaal zich gemakkelijk hecht. Wolfraamcarbide is bestand tegen koolstof- en glasvezelvullingen, die messing binnen enkele rollen wegslijten.
Machines met twee extruders
Bij machines met dubbele extruders heeft ongelijkmatige slijtage direct invloed op de verschuiving tussen beide materialen. Beide nozzles in één keer vervangen bespaart de daaropvolgende herkalibratie.
Heatbreak en hotend
Terugkerende verstoppingen vlak boven de nozzle wijzen op een ingesleten heatbreak of een verkoold inzetstuk, niet op de nozzle. Bij de montage sluit de nozzle af tegen de heatbreak; daarom wordt deze in warme toestand nagetrokken.