Onder- of overextrusie oplossen

Onder- of overextrusie betekent dat de printer te weinig of te veel filament aanvoert. Dit leidt tot dunne lagen, gaten of overtollig materiaal en beïnvloedt de printkwaliteit aanzienlijk. Zo vind en los je de oorzaak op.

Veelvoorkomende oorzaken

  • Fout gekalibreerde E-steps (extruder-stapwaarde)
  • Verstopte of versleten nozzle
  • Verkeerde filamentdiameter in de slicer-software
  • Onjuiste flow rate (doorvoersnelheid)
  • Vervuilde of versleten aandrijfwieltjes in de extruder
  • Te hoge printsnelheid

E-steps kalibreren

  1. Voer het filament volledig in de extruder en markeer 120 mm boven de extruder.
  2. Laat via het menu of de slicer precies 100 mm filament extruderen.
  3. Meet de afstand van de markering tot de extruder. Precies 20 mm over = correct. Meer dan 20 mm (bijv. 30 mm) = onderextrusie, minder dan 20 mm (bijv. 10 mm) = overextrusie.
  4. E-steps aanpassen: Nieuwe E-steps = Huidige E-steps × (100 mm / daadwerkelijk geëxtrudeerde lengte)
  5. Herhaal de test totdat de markering na 100 mm extrusie precies 100 mm is verplaatst.

Andere oplossingen

Nozzle reinigen of vervangen

Een verstopte nozzle veroorzaakt meestal onderextrusie. Een cold pull (hotend verwarmen en filament gecontroleerd eruit trekken) of een reinigingsnaald verhelpt de meeste verstoppingen. Sterk versleten nozzles moeten worden vervangen.

Filamentdiameter controleren

Meet de werkelijke diameter met een schuifmaat op meerdere plekken en voer de gemiddelde waarde (bijv. 1,74 in plaats van 1,75 mm) in de slicer-software in.

Flow rate aanpassen

Bij onderextrusie de flow rate iets verhogen (bijv. naar 105–110%), bij overextrusie iets verlagen (95–98%). Pas dit alleen in kleine stappen aan.

Extruder reinigen

Maak de aandrijfwieltjes schoon met een borstel of perslucht om stof en filamentresten te verwijderen. Glad geworden (versleten) wieltjes moeten worden vervangen.

Printsnelheid en temperatuur aanpassen

Voor PLA zijn 50–60 mm/s en 190–220°C gebruikelijk, voor TPU/PETG eerder 20–40 mm/s. Bij onderextrusie helpt vaak een iets hogere temperatuur (+5–10°C), bij overextrusie een iets lagere.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Hoe herken ik onderextrusie visueel?

Typisch zijn dunne, gatenrijke wanden, zichtbare openingen tussen de lijnen van een laag of een zwakke verbinding tussen de lagen.

Moet ik E-steps na elke filamentwissel opnieuw kalibreren?

Nee – de E-steps zijn een eigenschap van de printer/extruder, niet van het filament. Eenmaal correct gekalibreerd blijven ze meestal stabiel, ongeacht het gebruikte filament.