Instapmodellen in deze prijsklasse printen PLA en PETG met filament van 1,75 mm op een open frame. Automatische bed-leveling en een verwarmde verenstalen plaat zijn inmiddels standaard. De verschillen zitten in het bouwvolume en de temperatuur van de nozzle.
Wat het open frame betekent
Open modellen verliezen warmte aan de omgeving. PLA en PETG hebben daar geen last van. Bij ABS of ASA trekken de hoeken krom zodra het onderdeel hoger wordt. Wie technische kunststoffen wil printen, heeft een behuizing nodig.
Kinematica
In deze klasse domineert de bed-slinger. De plaat beweegt in de Y-richting en de printkop in X en Z. De constructie is eenvoudig te onderhouden en er is veel documentatie beschikbaar, maar de snelheid bij hoge onderdelen wordt beperkt doordat het onderdeel meetrilt.
Leveling
Een sensor tast het bed af en compenseert oneffenheden rekenkundig. De afstand tussen de nozzle en de plaat, de Z-offset, stel je nog steeds zelf in. Die bepaalt de eerste laag.
Hotend en extruder
Hotends met een PTFE-inzetstuk printen tot ongeveer 250 °C en zijn daarmee geschikt voor PLA en PETG. Full-metal-hotends maken hogere temperaturen mogelijk. Een direct-drive-extruder voert ook TPU goed aan; een Bowden-opbouw kan alleen de hardere soorten aan.
Upgraden
Gangbare modellen hebben een ruime onderdelenvoorziening: geharde nozzles voor gevulde filamenten, andere bouwplaten en betere ventilatorgeleidingen. Dat verlengt de gebruiksduur, maar vervangt geen gesloten kamer.
Fabrikanten
De Creality Ender-3 V3 en Anycubic Kobra zijn wijdverbreid, waardoor onderdelen en handleidingen gemakkelijk te vinden zijn. Elegoo Neptune biedt in deze klasse relatief grote bouwvolumes.