Aandrijfeenheden voor filament van 1,75 mm: complete direct-drivekoppen, Bowden-extruders en afzonderlijke aandrijfonderdelen als vervanging. De keuze staat of valt met de constructie van je printer en de bevestigingspunten op de drager, niet met het gegevensblad van de extruder.
Direct drive versus Bowden
Bij direct drive bevindt de aandrijving zich direct boven het hotend. De filamentbaan is kort, retractie werkt onmiddellijk en zacht TPU knikt niet weg. Het nadeel is de bewegende massa op de printkop, die bij hoge versnellingen natrillen aan de randen veroorzaakt. Bij Bowden wordt de motor naar het frame verplaatst, waardoor de printkop licht blijft, maar zijn langere retractie-afstanden nodig en heeft het systeem moeite met flexibele materialen.
Eén aandrijfwiel of twee
Single drive drukt het filament met een getand wiel tegen een gladde rol. Dual drive grijpt het filament aan beide kanten vast met twee tegengesteld draaiende getande wielen, brengt meer aanvoerkracht over en slipt bij een hoge volumestroom minder snel door. Gehard tandwielmateriaal is noodzakelijk zodra je met koolstofvezel- of glasvezelversterkt filament print.
Overbrenging
Extruders met een overbrenging verhogen het koppel op het filament en maken een fijnere dosering mogelijk, maar leveren daarvoor wat transportsnelheid in. Na elke vervanging van de extruder moet de E-step-waarde worden gekalibreerd: vraag 100 mm aan, meet na en corrigeer de waarde.
De temperatuurgrens ligt bij het hotend
Niet de aandrijving beperkt de materiaalkeuze, maar de filamentbaan erachter. PTFE-binnenbuizen leggen de grens bij ongeveer 240 tot 250 °C; volledig metalen heatbreaks gaan tot 300 °C en hoger.